Fryslân wil bewijslast bij schade door gas- en zoutwinning bij de mijnbouwbedrijven in plaats van bij de burger


In de Staten op 26 februari 2020 werd door GrienLinks, samen met FNP, SP, PvdD, PvdA, ChristenUnie, PVV, FvD, CDA en D66 een motie ingediend om ook bij kleine gasvelden de bewijslast bij schade door gas- en zoutwinning bij de gaswinner te leggen.  Voor grote gasvelden is dat al het geval, maar voor kleine gasvelden is door de Minister een nieuw schaderegeling voorgesteld, waarin de bewijslast bij de burger ligt.

Jochem Knol (GrienLinks Statenlid) namens de partijen: “In onze motie vragen we het college een krachtig signaal aan de minister en de Tweede Kamer te geven dat de burgers een sterkere positie moeten hebben tegenover de grote bedrijven bij procedures over schade door gas- en zoutwinning. In Groningen, bij het Groninger gasveld, hebben de burgers die schade hebben door de gaswinning jarenlange ellende achter de rug omdat zijzelf moesten bewijzen tegenover de grote en machtige NAM dat de schade door de gaswinning komt. Dat is nu omgekeerd, nu moet de NAM bewijzen dat de schade niet door hun gaswinning komt.  Dat willen we in Fryslân ook!”

In Fryslân gaat het om 68 kleine gasvelden. Al eerder hadden de Friese Overheden in een Manifest het standpunt ingenomen dat de bewijslast omgekeerd moest worden, maar de Minister heeft de omgekeerde bewijslast niet in het schadeprotocol opgenomen. Dit protocol wordt op 18 maart in de Tweede Kamer opnieuw besproken. Gedeputeerde Hoogland zegde toe, dat Fryslân voor die datum in actie te komt om de bewijslast om te keren.