Lachgas of drugs op een feestje? Haha.. Laat me niet lachen!

Met deze postercampagne vraagt de gemeente Harlingen aandacht voor het gebruik van lachgas. Burgemeester Ina Sjerps: “In Harlingen wordt veel lachgas gebruikt, vooral door jongeren. Kennelijk bestaat het idee nog steeds dat dit niet veel kwaad kan. We weten inmiddels beter. De gevaren van het gebruik van lachgas voor de gezondheid zijn groot, en lachgas is wel degelijk verslavend. Het gebruik in het verkeer heeft de afgelopen jaren tot tientallen doden geleid. Ik hoop dat de campagne bijdraagt aan de discussie over dit onderwerp. Bijvoorbeeld tussen horeca-eigenaren, tussen ouders en kinderen of tussen jongeren onderling. De landelijke overheid werkt aan een verbod op lachgas en wil het als drugs te bestempelen. Dat komt er dus aan. Tot die tijd zou ik zeggen: het is niet stoer maar stom om lachgas te gebruiken. Voorkom dat lachen huilen wordt.’


Postercampagne rondom alcohol, drugs en lachgas
De gemeente Harlingen is vorige week een campagne gestart die inzet op bewustwording rondom gebruik van alcohol, drugs en lachgas. Ten aanzien van alcoholgebruik worden ouders bewust gemaakt van hun voorbeeldfunctie van alcoholgebruik. Uit onderzoek blijkt dat het alcoholgedrag van ouders makkelijk door hun kinderen wordt overgenomen. Wanneer ouders overmatig en steeds zichtbaar alcohol gebruiken is de kans groot dat hun kinderen dat gedrag overnemen en bijbehorende problemen ontwikkelen. In de campagne wordt ook ingezet op bewustwording rondom gebruik van drugs en lachgas. Ook die onderwerpen zijn actueel in Harlingen.

NIX18
Gedurende de campagneduur staan er 15 sandwichborden op verschillende plekken in de stad met daarop beelden van drinkende ouders en kinderen en een minderjarige die lachgas gebruikt. De campagne is mee vorm gegeven met ondersteuning van NIX18 (geen alcohol, drugs en niet roken onder de 18 jaar) en de Nuchtere Fries. Naast de posters wordt via advertenties op social media en in de Harlinger Courant aandacht gevraagd voor de onderwerpen. Ook worden het jongerenwerk en de hockey- en voetbalclubs gevraagd om de posters op te hangen.