Friese boeren zorgen beter voor de weidevogel


De bescherming van de natuur is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Vanuit die wet hebben boeren een zorgplicht voor weidevogels. Toezichthouders Wnb van de FUMO controleren of men zich hieraan houdt en concluderen: ‘Het gaat langzaam de goede kant op. Boeren houden steeds meer rekening met de weidevogel. Maar we zijn er nog niet.’

Diverse organisaties die te maken hebben met de zorgplicht voor weidevogels (o.a. de Land- en Tuinbouworganisatie Noord en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond) ondertekenden donderdag 10 maart het ‘Afsprakenkader weidevogels Fryslân’. Daarin staan uniforme afspraken voor het behoud van de weidevogel, zoals de afspraak om ruim om de nesten heen te maaien en om ’s nachts geen werkzaamheden op het land te verrichten.

FUMO controleert op zorgplicht weidevogels
De FUMO constateert dat de meeste boeren zorg hebben voor de weidevogels. Een behoorlijk aantal boeren steekt erg veel energie in het behouden van weidevogels. ‘Met de notoire overtreders lijkt het langzaam de goede kant op te gaan,’ zegt Pieter Hofstra, directeur van de FUMO: ‘dat komt waarschijnlijk doordat er het afgelopen jaar veel aandacht voor is geweest. Maar controle blijft nodig.’

Met boeren en loonbedrijven waar het vermoeden bestaat dat zij zich niet aan de zorgplicht houden gaat de FUMO in gesprek. Gericht op preventie om uiteindelijk toch de weidevogel te beschermen. Dat levert tot heden goede resultaten op. Waar dit nog niet het geval is, bijvoorbeeld omdat nazorg niet wordt geaccepteerd of de nazorg niet op tijd wordt geïnformeerd, probeert de FUMO de nazorg goed in positie te zetten. 


Tegen boeren die dan alsnog moedwillig niet aan de zorgplicht voldoen treedt de FUMO handhavend op. Dat is dit jaar nog niet nodig geweest.

Samenwerking krijgt meer vorm
Pieter Hofstra: ‘Het bewust overtreden van de zorgplicht wordt steeds minder geaccepteerd. Wij krijgen meer signalen van (potentiële) overtreders. Dat is terecht, we moeten zuinig zijn op de weidevogels. Overtreders schaden het imago van boeren in het algemeen en dat is nergens voor nodig.’